056 22 49 44info@de-korf-vzw.be

Algemene doelstelling

de korf vzw

Vanaf 1 januari 2013 wordt ‘de korf vzw’ binnen het Agentschap Jongerenwelzijn erkend als een multifunctionele organisatie bijzondere jeugdzorg met volgende modules:

  • 72 verblijfsmodules, 0-18 jaar
  • 12 modules dagbegeleiding in groep
  • 97 contextbegeleidingsmodules, basisintensiteit
  • 13 contextbegeleidingsmodules, middenintensiteit
  • 2 contextbegeleidingsmodules, hoge intensiteit
  • 4 modules contextbegeleiding i.f.v. autonoom wonen, midden intensiteit

Totaal: 200 modules

Doelgroep

Kinderen/jongeren en hun context waarbij er een vastgelopen opvoedingsrelatie is. Opvoedingsproblemen staan centraal maar hierbij zijn ook maatschappelijke-, psychosociale-, relationele-, financiële problemen aanwezig. M.a.w. de pedagogische problemen zijn verweven met problemen op meerdere domeinen van het gezinsfunctioneren zoals financiële problemen, materiële problemen, huisvestingsproblemen, administratieve problemen, partnerrelatieproblemen, problemen in de interactie tussen gezin en omgeving. Vaak kampen deze gezinnen reeds een lange tijd – over meerdere generaties heen – met een diversiteit en een complexiteit van problemen. Vaak hebben deze gezinnen reeds een ganse hulpverleningsgeschiedenis achter de rug en staan ze argwanend t.a.v. hulpverlening. Het gaat om gezinnen met of zonder hulpvraag waar de veiligheid en/of ontwikkeling van de kinderen gevaar (dreigt) loopt (te lopen)

  • Jongens/meisjes 0-18 jaar en binnen de voortgezette hulpverlening tot 21 jaar.
  • Toegangspoort tot het MFO via de verwijzende instanties:
    Integrale Toegangspoort

 

 

 

 

 

  • Iedere hulpvraag wordt geïndividualiseerd waardoor we niet kunnen spreken van een globale doelgroep; we antwoorden met een gedifferentieerd modulair aanbod.

Missie en Visie

De visie die we hebben op zorg vertrekt vanuit de missie, visie en waarden van de voorziening op hulpverlening zowel organisatorisch, maatschappelijk als pedagogisch.
Christelijk geïnspireerd.
Respect voor de eigenheid van elk individu: elke mens is uniek en heeft ontwikkelingsmogelijkheden.
Elke mens is evenwaardig: recht op een rechtvaardige behandeling ongeacht ras, sociale afkomst, ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging. Elk heeft het recht om te bepalen wat zijn waarden en normen zijn binnen zijn eigen leefwereld.
Elke kind/jongere/volwassene heeft recht op wel ‘zijn’ en heeft het recht om zelf in te vullen wat welzijn voor hem of haar betekent, dit weliswaar binnen een wettelijk kader en met respect voor de grondrechten van een ander.
We houden rekening met de specifieke voorgeschiedenis, de familiale, sociale en levensbeschouwelijke achtergrond van de jongeren en zijn context. We vinden het wel noodzakelijk om de jongeren en hun gezin op een respectvolle manier te confronteren, met de elementaire eisen vanuit de maatschappij.
We onderschrijven de algemene humane waarden zoals in het verdrag van de rechten van de mens, het verdrag van de rechten van het kind en de vertaling hiervan in het decreet rechtspositie van de minderjarigen.
De visie op hulpverlening is geen statisch gegeven en wordt gestuurd vanuit de evoluties binnen het hulpverleningslandschap en de verwachtingen en eisen vanuit het beleid/jongerenwelzijn/inspectie.
Een verschuiving van focus:

  • Van residentieel/verblijfsfunctie naar contextueel werken in het gezin zelf (rond de keukentafel) onafhankelijk van welke werkvorm is geïndiceerd.
  • Van aanbodsgericht werken naar vraaggericht werken waarbij de veranderende hulpvraag van het cliëntsysteem de sturende factor is.
  • Van in plaats van doen van/het overnemen van de opvoedingsrol en de neiging het gekwetste kind te redden naar het geloof in de krachten en competenties van het cliëntsysteem zelf waarbij de ouders/opvoedingsfiguren de eindverantwoordelijkheid blijven dragen.
Uit de beleidsverklaring (globaal plan/Beleidsverklaring Vandeurzen oktober 2009) waarin een aantal beleidskeuzes en werkprincipes scherp worden gesteld, leren we dat we in de toekomst de hulp- en dienstverlening anders zullen moeten organiseren om de effectiviteit van het hulpaanbod te optimaliseren.
O.a.:

  • Contextgericht (inschakelen netwerk jongeren om de doelen te bereiken) en multimodaal (hanteren van meerdere methodieken op meerdere actoren vanuit de overtuiging dat problemen vele oorzaken hebben) werken.
  • Emancipatorisch en responsabiliserend werken door inschakelen van het ruimer netwerk om zo professionele hulpverlening overbodig te maken.
  • Competentieverhogend werken: richten op aanwezige krachten en stimuleren van eigen vaardigheden.
  • Modulair werken: het hulpaanbod bestaat uit een cluster van modules die apart of gecombineerd aangeboden kunnen worden afhankelijk van de hulpvraag.
  • Werken met diverse expertise: zowel gebruik maken van de aanwezige interne expertise (multidisciplinariteit) als externe expertise (samenwerkingsverbanden, overstijgende werkplatformen…).
  • Wetenschappelijk onderbouwd werken: omzetten van goede praktijken in protocollen.
  • Werken met complementaire trajecten voor POS en MOF.
  • Werken met versterkte regie en traject: bewaken dat er zo weinig mogelijk hulpverleners in 1 dossier werken (interne regie op casusniveau (IRC), interne regie op organisatieniveau (IRO), externe regie)
  • Veiligheid: belang van de meest kwetsbare partij inschatten.
  • Flexibilisering van het aanbod waarbij voorzieningen hun aanbod/werkvormen/ modules/functies op een flexibele manier moeten kunnen aanbieden (trajectwerking) vanuit het belang van de cliënt en met oog voor de veranderende noden.(bv de verblijfsfunctie is slechts een onderdeel van het hulpverleningstraject, cfr. 60 % maatregel om residentiële voorzieningen daadwerkelijk in staat te stellen om meer in de context te gaan werken)
Vanuit de Staten Generaal Jeugdhulp* ‘Met de kracht van de jeugd’ waarin de visie op jeugdhulp anno 2020 wordt omschreven nemen we vooral onderstaande premissen mee.

  • Van Bijzondere Jeugdzorg naar jeugdhulp. Het geloof dat jongeren en ouders recht hebben op (opvoedings)ondersteuning en dit zo snel als mogelijk: ‘Ouders laat je niet aanmodderen’. Preventief, proactief werken voorkomt zwaardere escalerende (gedrag)problemen.
  • We vertrekken vanuit een krachtgerichte, empowerende hulpverlening. Het geloof dat gezinnen zelf over heel wat krachten beschikt om de problemen waarvoor ze staan aan te pakken. Contextbegeleiding vormt hierbij de hoeksteen. We investeren in vorming/training in context- en krachtgerichte methodieken.
  • Zorg op maat: vertrekken vanuit de veranderende hulpvraag, differentiatie in het aanbod om net die hulp te kunnen aanklikken die nodig is, niet meer en niet minder (subsidiariteitsbeginsel). Hierbij is coördinatie van zorg (interne regie op casusniveau) heel belangrijk en dit om naadloze trajecten mogelijk te maken. De veranderingsbeweging die wij ingezet hebben ligt volledig in die lijn waarbij 1 zorgcoördinator wordt verbonden aan een dossier en die het gezin/jongeren gedurende het ganse traject blijft volgen onafhankelijk welke modules zijn ingeschakeld.
  • Kwaliteitsvolle jeugdhulp waarbij we ons de effectiviteits- en efficiëntievraag durven stellen. Het gaat erom om ‘ de dingen anders te gaan doen’ waardoor ‘de cliënt’ er beter van wordt. We gebruiken hiervoor het Prose kwaliteitszorg model** met extra aandacht voor de resultaatsgebieden (outputgebieden).
  • Samenwerking, gedeelde verantwoordelijkheid, expertisedeling: Door ons op een andere manier te gaan organiseren (zie uitgebreid verder in dit dossier) willen we de bestaande expertise m.b.t. het verblijf, dagbegeleiding, contextbegeleiding in onze vzw cross lateraal binnen brengen in alle afdelingen. We geloven in zelfsturende autonome teams met voldoende uitwisseling van expertise tussen de teams in reflectiegroepen.
  • Daarnaast vinden we het samenwerken met andere organisaties (strategische allianties) heel belangrijk. Binnen de vzw is de dagbesteding sterk uitgebouwd i.s.m. met verschillende andere organisaties, samenwerking met andere voorzieningen binnen time-out projecten, samenwerken met psychiatrie (bv. Stent-project)…
We geven ruime aandacht aan de rechten van de kinderen/jongeren. Het decreet rechtspositie is binnen de voorziening structureel verankerd (werkgroep REKI). Een recent project binnen de werkgroep is de training mediawijsheid zowel voor medewerkers als jongeren.
In het Experimenteel modulair kader (cfr. rondzendbrief d.d. 18.07.2012) en de nota ‘Hertekening van het private aanbod Jongerenwelzijn naar een modulair kader’ formuleert het agentschap de intentie om een onmiddellijke doorstart te maken met een aantal keuzes van de Staten Generaal: modulering, inzetten op contextbegeleiding, sociaal ondernemerschap, een aangepaste financiering. De bedoeling is om in eerste instantie verder werk te maken naar een meer flexibele- en multifunctionele georganiseerde jeugdhulp en dit binnen de contouren van de ingeslagen weg naar een integrale jeugdhulp.

Stap 1: lineaire ombouw van residentiële capaciteit
Stap 2: erkende capaciteit voor BZW in residentiële voorzieningen
Stap 3: de organisatie stelt op basis van de vertreksituatie wijzigingen voor

Gezien de positieve evaluatie van het MFC project is het een logische keuze om verder in die richting te evolueren en deze werking structureel in te bedden voor de ganse jeugdzorg. Dit betekent dat de volledige sector migreert naar een flexibele- en gedifferentieerde zorgorganisatie waarbij het aanbod los van erkenningscategorieën wordt omschreven in functies, en zorgmodaliteiten om zo flexibele trajecten mogelijk te maken en waarbij naadloos kan geschakeld worden tussen verblijfsmodules, dagbegeleidingsmodules en contextmodules. Dit betekent het loskomen van rigide erkenningscategorieën en evolueren naar een modulair systeem waarbij zorg op maat kan worden aangeboden. De Korf vzw stapte mee in het proefproject MFC (01.10.2010) en maakte van daaruit reeds in 2011 de keuze om ‘de interne regie’ sterk uit te bouwen in wat wij benoemen als ‘Coördinatie van zorg’ en te implementeren voor de ganse organisatie. Na het opstapjaar 2012 is ‘Coördinatie van zorg’ effectief van start gegaan op 01/01/2013.

Coördinatie van zorg

Belangrijke krachtlijnen in de visie van ‘de korf vzw’ zijn:

Zorg op maat en dit vertaalt zich in vraaggerichte hulpverlening, d.w.z. creatief inspelen op de veranderende hulpvraag van de jongeren en zijn context. We gaan er van uit dat de hulpvraag een dynamisch en evoluerend begrip is en dit impliceert een denken in cliënttrajecten.
Centraal zetten van de context d.w.z. maximale/haalbare betrokkenheid van ‘de context’ in het hulpverleningsproces. Dit is het sterk verbindend gaan werken tussen de jongere en zijn/haar context met aandacht voor het ruimer sociaal netwerk; zelfs als levenslange ondersteuning nodig blijkt.
Vertrekken vanuit het geloof in de krachten en competenties van de jongeren en zijn context en van hieruit de betrokkenen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. De klemtoon wordt gelegd op ‘oplossingen’ i.p.v. op de problemen. (oplossingsgerichte basishouding). Dit perspectief impliceert dat we het belangrijk vinden dat de jongeren en zijn context volwaardig participeren in een open dialoog in hun hulpverleningstraject.
Flexibel inzetten van hulpverleningstrajecten op maat van de jongere en zijn context en vlot kunnen schakelen.
Competentiemanagement d.w.z. dat we vertrekken vanuit de aanwezige competenties bij de medewerkers. Daarnaast vinden we multidisciplinaire aanpak heel fundamenteel en stimuleren we uitwisseling van expertise tussen de medewerkers en de afdelingen.
Sterk doorgedreven differentiatie van het hulpverleningsaanbod. Er worden verschillende modules/ hulpverleningsfuncties aangeboden, al dan niet gecombineerd in functie van de veranderende hulpvraag. We hebben het o.a. over contextbegeleiding, dagbestedingsfunctie, verblijfsfunctie in verschillende gradaties, vormen… Met het aanbieden van een zo gedifferentieerd mogelijk hulpverleningsaanbod maken we het vraaggericht werken mogelijk.

Gedifferentieerd residentieel aanbod:

  • Specifieke doelgroep 0-6 jaar met eigen methodiek
  • Warme leefgroepen met focus op een sterke leefgroepswerking voor langverblijvers (4 tot 7 nachten)
  • Leefgroepen met heel sterke contextwerking en hieraan gekoppeld verblijf 1-3 nachten
  • doelgroep pubers/adolescenten met TCK
  • autonoom TCK
  • Kortdurend crisisverblijf binnen module verblijf
Gedifferentieerd aanbod contextbegeleiding:

  • CB
  • CB ifv autonoom wonen
  • Kortdurende, intensieve CB
  • CB vanuit verblijfsfunctie
  • CB vanuit dagbegeleiding
Dagbegeleidingsmodule: dagbegeleiding in groep mogelijk maken in alle afdelingen, inspelend op de veranderende hulpvraag.
De hierboven geschetste visie op zorg vereist een andere organisatiestructuur en cultuur. Om het hulpaanbod flexibel en gedifferentieerd te kunnen inzetten i.f.v. de veranderende zorgvragen van de jongere en zijn context, moeten we gaan denken in cliënttrajecten.
D.w.z. dat voorbereiding, uitvoering en afsluiten van het hulpverleningsproces bij elkaar moet gehouden worden.
Vraaggericht werken waarbij de veranderende hulpvraag de sturende factor is, maakt dat de jongere en zijn context met meerdere, al dan niet opeenvolgende modules/hulpverleningsfuncties te maken krijgt. Een versterkt regie dringt zich op en van hieruit opteren we om sterk in te zetten op ‘coördinatie van zorg’.

* Uit de Staten Generaal Jeugdhulp, ‘Met de kracht van de jeugd!, 18 juni 2012.
** Het PROSE-model is compatibel met het EFQM Excellence model. Er worden 9 aandachtsgebieden onder-scheiden die grosso modo overeenstemmen met de hoofdcategorieën van het model van de European Founda-tion for Quality Management (EFQM).

Coördinatie van zorg

De korf wil coördinatie van zorg koppelen aan dossiers.
Elk dossier wordt opgevolgd door een vaste zorgcoördinator (interne regie op casusniveau). De implementatie van coördinatie van zorg als hoeksteen in het hulpverleningsproces is belangrijk voor het naadloos omgaan met de steeds veranderende hulpvraag. Op die manier worden tussenschotten zo veel als mogelijk vermeden.
Zorgcoördinatoren worden verbonden aan dossiers en volgen het hulpverleningstraject van de jongere en zijn context ,onafhankelijk in welke hulpverleningsmodule of afdeling die jongere verblijft. De regel is 1 zorgcoördinator per context/dossier.

  • Per context is er 1 contextbegeleider die het vaste aanspreekpunt is van de context (eenduidigheid, transparantie voor het gezin).
  • Indien verschillende jongeren uit 1 context verblijven (ook al starten die apart op) in één dezelfde afdeling, dan is er 1 CB die de gezinsbegeleiding verzorgt. Er kunnen indien gewenst (inhoudelijke- en/of organisatorische redenen) wel verschillende aandachtsbegeleiders zijn.
  • Indien verschillende jongeren uit 1 context in verschillende afdelingen verblijven, dan wordt er hieromtrent afgesproken (pedagogisch overleg).


Klemtonen in het organisatieontwerp:

  • flexibiliteit
  • loslaten disciplines/beleidsterreinen
  • nood aan procesbegeleiders
  • er wordt integraal gedrag verwacht van de hulpverleners
  • autonomie en zelfsturing: autonome en zelfsturende teams

Het ‘organisatieontwerp’ van de vzw stoelt op de strategie van ‘zelfsturende’ teams of ‘autonome’ teams.
Een autonoom team wordt als volgt gedefinieerd (uit verslag interne denkdag 03.02.2010) :
“Een ‘autonoom’ team is een combinatie van ‘individuen’ die door georganiseerd en harmonieus samenwerken tot resultaten en creativiteit komt. Een ‘autonoom’ team is een team dat de bevoegdheid heeft een proces (of een deel van het proces) te beheren.”
Er is de overtuiging dat, als iedere afdeling kan beslissen hoe op hulpvragen kan ingespeeld worden, er géén sneller proces mogelijk is, en er maatwerk geleverd kan worden. Er is de overtuiging dat ‘autonomie’ wendbaarheid en flexibiliteit toelaat. Er is de overtuiging dat dit kan indien een multi-disciplinariteit hierbij gewaarborgd is.
Antwoorden geven op steeds wisselende hulpvragen is mogelijk indien gewerkt wordt op basis van zelfverantwoordelijkheid van iedere afdeling.
Deze strategie legt een grote verantwoordelijkheid bij het team gezien zowel het voorbereidende niveau, als het uitvoerende niveau bij het team ligt. Als organisatie is er de opdracht deze ‘autonomie’ te kaderen binnen de missie en dit te bewaken.

  • Het aanbieden van een competentiebeleid in combinatie met een doordacht VTO-beleid waarbij we proberen om voor elke medewerker een zo passend mogelijk aanbod te verzekeren.
  • Het implementeren van een innovatieve arbeidsorganisatie waar vraaggerichte vernieuwing van ons hulpverleningsaanbod steeds aanwezig is.
  • Het profileren als een organisatie ‘employer branding’ a.d.h.v. het uitbouwen van een inspirerend arbeidsklimaat en van een organisatiecultuur gebaseerd op continue verbetering met voldoende ontplooiingskansen.
  • Het vast houden van een open-, transparante- en duidelijke dialoog met alle stakeholders.